Wat is een delier?
Een delier (ook wel delirium genoemd) is een toestand van acute geestelijke verwardheid. De verwardheid uit zich meestal in onrust. Ook kan de patiënt dingen zien en horen die er niet zijn. De verwardheid neemt meestal af als de lichamelijke toestand verbetert.
lees meerWat is een delier?
Een delier (ook wel delirium genoemd) is een toestand van geestelijke verwardheid. Deze verwardheid wordt meestal veroorzaakt door een lichamelijke ziekte. Dit is niet de enige oorzaak. Mensen op hoge leeftijd kunnen soms al door een overvolle blaas verward raken. Bij mensen die (ernstig) ziek zijn komt een delier regelmatig voor. Op de Intensive Care maakt één derde van een patiënten een delier mee. Een delier is geen onschuldig verschijnsel van een ziekte. Het ontstaat wanneer de hersenen niet alle prikkels meer kunnen samenvoegen tot een logisch en samenhangend beeld. Het is belangrijk om de oorzaak van een delier te onderzoeken.
Een delier kan verschillende oorzaken hebben zoals een infectie, ziekte aan het hart of de hersenen. Het kan ook ontstaan na het ondergaan van grote operaties. Vaak ontstaat een delier door een combinatie van oorzaken. Ook kunnen medicijngebruik, stress, angst, te weinig slaap of plotseling stoppen met alcoholgebruik bijdragen aan het ontstaan van een delier. Een delier is een tijdelijke stoornis die soms grote gevolgen kan hebben. Hierbij kan gedacht worden aan toegenomen onrust en kans op vallen, immobiliteit, langere periode van geheugenstoornissen en een langere ziekenhuisopname.
Mensen met een delier weten meestal zelf niet dat ze verward zijn. Voor de naasten is een delier vaak verontrustend en aangrijpend om te zien. De verwardheid neemt meestal af als de lichamelijke toestand verbetert. De periode van verwardheid verschilt van enkele uren tot weken.
Verschijnselen
Een delier ontstaat vrij plotseling, vaak binnen enkele uren of dagen. De acute verwardheid uit zich meestal in onrust, zoals steeds aan lakens trekken of plukken, uit bed willen stappen, aan infusen trekken, bewustzijnsverandering, moeite met oriënteren, niet goed kunnen concentreren, vergeetachtigheid en taalstoornissen. Daarnaast kunnen juist traag en stil gedrag een uiting zijn van een delier. De patiënt reageert dan bijna niet op prikkels uit de omgeving. De patiënt kan de werkelijkheid anders beleven en ziet, hoort en/of voelt dingen die er niet zijn: beestjes, stemmen, andere geluiden of aanrakingen. We noemen dit hallucinaties. Zij worden door de patiënt als echt ervaren. De patiënt kan angstig zijn doordat hij of zij geen controle meer over zichzelf en de omgeving heeft. Hierdoor kan de patiënt zich achterdochtig of agressief gedragen.
De verschillende verschijnselen van een delier komen niet bij iedereen voor. De verschijnselen kunnen per persoon, in ernst en ook per dag of per uur verschillen. Meestal is de verwardheid ’s nachts en ‘s avonds erger. Overdag kunnen de verschijnselen afnemen of zelfs helemaal verdwijnen. Vaak kan de patiënt zich de volgende dag niet meer herinneren wat hij of zij die nacht heeft beleefd of gedaan. Een delier kan een vervelende en soms beangstigende ervaring zijn voor zowel de patiënt als de naasten. Het is daarom belangrijk om maatregelen te nemen om een delier te voorkomen en rekening te houden met het risico op het ontstaan ervan. In ons ziekenhuis screenen wij onze patiënten op symptomen van delier. Als het nodig is, volgt een behandeling.
Het herstel
Bij herstel van de lichamelijke problemen kan het delier verminderen en verdwijnen, maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. Het kan voorkomen dat de patiënt langer last heeft van concentratie- en geheugenproblemen. Sommige patiënten herinneren zich niets meer van het delier als ze ervan hersteld zijn. Patiënten die zich dit wel herinneren kunnen angstig zijn voor het ziekenhuis of zich schuldig voelen over hun gedrag tijdens het delier. Slaapproblemen en somberheid zijn andere mogelijke gevolgen van een delier. Het is zinvol dit te bespreken met uw (huis)arts of verpleegkundige.
Ook is het mogelijk dat een delier opnieuw ontstaat als de patiënt weer wordt opgenomen of ziek wordt. Meld daarom bij een volgende ziekenhuisopname dat er eerder sprake is geweest van een delier en bel de huisarts bij verschijnselen van een delier in de thuissituatie.
Delier en dementie
De verschijnselen van een delier en dementie lijken soms op elkaar. Een belangrijk verschil is dat een delier vaak snel ontstaat en dementie een geleidelijk proces is.
lees meerDelier en dementie
De verschijnselen van een delier en dementie lijken soms op elkaar. Toch zijn dit twee verschillende dingen. Een delier en dementie kunnen soms wel tegelijkertijd voorkomen bij een patiënt. Mensen met dementie zijn namelijk gevoeliger voor het krijgen van een delier.
Een belangrijk verschil is dat een delier vaak snel, binnen enkele uren of dagen, ontstaat. Dementie ontstaat langzaam, over maanden of jaren. Mensen met een delier zijn vaak afwisselend helder van geest en suf. Mensen met dementie hebben vaak geen last van sufheid. Ook kunnen de verschijnselen van een delier gedurende dag erg wisselen, terwijl dit bij dementie vaak veel geleidelijker gaat.
Ondersteunende zorg
De arts probeert zo snel mogelijk de oorzaak van het delier vast te stellen en te behandelen.
We proberen altijd te voorkomen dat de patiënt zichzelf beschadigt. Dit kan betekenen dat we de patiënt tegen zichzelf moeten beschermen door hem of haar te fixeren.
Bezoek is erg belangrijk voor patiënten met een delier. Door de aanwezigheid van bekenden kan de patiënt zich veiliger en rustiger voelen.
lees meerOndersteunende zorg
De arts probeert zo snel mogelijk de oorzaak van het delier vast te stellen en te behandelen. Verpleegkundigen geven de patiënt meer structuur om hem of haar gerust te stellen. Een aantal keren per dag controleert een verpleegkundige of er sprake is van een delier.
We proberen altijd te voorkomen dat de patiënt met een delier zichzelf beschadigt. Dit kan betekenen dat we de patiënt tegen zichzelf moeten beschermen. Dit doen we door hem of haar te fixeren. Hiervoor kunnen we polsbanden, enkelbanden, buikbanden en wanten gebruiken. Deze hulpmiddelen zorgen ervoor dat de patiënt zich minder kan bewegen. Hierdoor verkleinen we het risico dat de patiënt infuusslangen en/of monitorlijnen verwijdert of uit bed valt. Fixeren doen we alleen als het echt niet anders kan. Ook bespreken we deze maatregel altijd met de naasten van de patiënt. Soms zijn we in noodsituaties genoodzaakt fixatie direct toe te passen. Hierdoor kunnen we dit pas op een later tijdstip met de naasten bespreken. Iedere dag beoordelen we opnieuw of fixatie noodzakelijk is.
Tips voor naasten
- Meld het als eerder sprake is geweest van een delier.
- Wees eerlijk over het gebruik van alcohol, nicotine en slaapmedicatie.
- Zorg dat bril, contactlenzen en gehoorapparaat beschikbaar zijn en ook worden gebruikt als dat nodig is.
- Meld veranderingen in de gedachtegang of het gedrag van uw naaste bij de verpleegkundigen.
- Breng enkele vertrouwde zaken van thuis mee, zoals een foto waarop familieleden of huisdieren staan, een eigen kussen, wekker, horloge of favoriet tijdschrift. Dit versterkt het realiteitsbesef.
- Spreek duidelijk af wie het aanspreekpunt is voor de patiënt. Diegene bellen we bij onrust.
Begeleiding en steun voor de patiënt
- Bezoek is erg belangrijk. Door de aanwezigheid van bekenden kan uw naaste zich veiliger en rustiger voelen. Lees hier hoe u uw naaste kunt helpen en welke zinnen helpend kunnen zijn.
Fixatie bij delirium/ verwardheid
Het komt op de IC/MC regelmatig voor dat patiënten onrustig en verward zijn. Dit komt vaak voort uit een delirium. In sommige gevallen is fixatie noodzakelijk.
lees meerDelier Hoe kunt u uw naaste of familielid helpen?
Sommige mensen die op de Intensive Care worden behandeld kunnen verward raken, de tijd vergeten en vergeten waar ze zijn. Dit gaat regelmatig samen met onrust. We noemen dit een delier, ook wel delirium. Hier geven we tips om uw naaste of familielid te kunnen ondersteunen bij een delier.
lees meerDelier Hoe kunt u uw naaste of familielid helpen?
Sommige mensen die op de Intensive Care worden behandeld kunnen verward raken, de tijd vergeten en vergeten waar ze zijn. Dit gaat regelmatig samen met onrust. We noemen dit een delier, ook wel delirium.
Een delier ontstaat wanneer de hersenen nog niet goed werken. Het kan worden veroorzaakt door een ernstige ziekte, ontsteking of iets anders. Om uw naaste of familielid te kunnen ondersteunen bij een delier geven we informatie en tips.
-
- Uw familielid weet niet waar hij/zij is of wat er met hem of haar gebeurt.
- Uw familielid kan denken dat hij/zij ergens anders is dan in het ziekenhuis en maakt zich zorgen over wat er gebeurt.
- Uw familielid kan erg slaperig zijn en dan plotseling heel oplettend en onrustig zijn.
- Uw familielid gedraagt zich anders, wat voor u ongebruikelijk of verontrustend kan zijn.
Het zorgteam helpt patiënten om een delier in een vroeg stadium te voorkomen, herkennen en behandelen. Als u gedrag opmerkt aan uw familielid dat anders is dan thuis, meldt dit dan aan het zorgteam.
-
Als zorgverleners en artsen onderzoeken we uw familielid regelmatig en behandelen we de oorzaken van het delier. Afhankelijk van hoe patiënten zich voelen, zetten we verschillende acties in die speciaal op hen zijn afgestemd. Bijvoorbeeld lichamelijke activiteiten, muziek, de patiënt wakker houden overdag, gebruik van oordopjes en soms geven we medicijnen. Een delier verdwijnt meestal na een paar dagen.
U bent als naaste een belangrijke steun voor uw familielid
Als u bij uw familielid bent kan uw naaste:
- zich veiliger voelen omdat u er bent
- een bekend persoon horen, zien en voelen
- gemakkelijker terugkeren naar de realiteit
-
U vraagt zich misschien af hoe u in deze onbekende situatie met uw familielid kunt praten en wat u tegen uw familielid kunt zeggen. Hieronder vindt u een paar voorbeeldzinnen om u te helpen de woorden te vinden die bij u en uw familielid passen. Het helpt als u op een positieve en geruststellende manier praat.
Deze zinnen bieden veiligheid en informatie over de Intensive Care:
- Je ligt in het ziekenhuis en wordt verzorgd op de Intensive Care.
- Artsen, verpleegkundigen en wij als familie staan aan jouw zijde.
- Je bent hier veilig.
- Iedereen die je hier hoort of ziet, zorgt voor je.
- Je bent hier in goede handen.
- De verpleegkundigen en artsen zorgen voor je en doen er alles aan om je beter te maken.
- De hele familie weet dat je hier bent, en wij zijn er voor jou.
- Je kunt er zeker van zijn dat thuis alles in orde is, wij zorgen ervoor.
-
- Mogelijk hoor je onbekende geluiden, bijvoorbeeld dit piepje. Deze geluiden hier zijn normaal, zodat artsen en verpleegkundigen goed voor je kunnen zorgen.
- Je kunt je nog niet normaal bewegen, omdat je lichaam nog tijd nodig heeft om te herstellen. Je kunt gewoon stil blijven liggen. Ik ben bij je.
- Je kunt iets om je polsen voelen dat ervoor zorgt dat je niet per ongeluk aan de kabels en slangen trekt.
- Probeer te doen wat de artsen en verpleegkundigen je vertellen, zodat je je beter kunt voelen.
-
- Je krijgt hulp bij het ademen door een beademingsapparaat. Dit merk je aan het onbekende gevoel in je mond.
- Het buisje dat je in je mond hebt, helpt je om te ademen. Het kan zijn dat je daardoor het gevoel hebt dat je door een rietje ademt. Dat is oké, ik weet dat het moeilijk is. Probeer rustiger te ademen, ik kan je hierbij helpen.
-
- Je lichaam moet nog goed herstellen. Dat is de reden waarom je hier bent, omdat dit de beste plek is om te herstellen.
- Ik blijf bij je totdat je je rustiger voelt.
- Je ziet dat iedereen hier probeert om je te helpen.
- Ik zie dat je je zorgen maakt of misschien iets vreemds ervaart. Je kunt er zeker van zijn dat alles hier in orde is en dat je in goede handen bent.
- Het kan zijn dat je je rustiger voelt als ik je hand vasthoud.
- Ik heb nog belangrijke vragen/informatie voor je. Kun je je concentreren om dit met mij te bespreken?
-
- Soms ben je misschien in de war en zie je dingen die er niet echt zijn. Maar iedereen is hier om je te helpen, je bent hier veilig.
- Misschien heb je dromen gehad die echt aanvoelden. Het kan moeilijk zijn om te zeggen wat er werkelijk gebeurt en wat een droom is. Maar als ik in je hand knijp (knijp in de hand), weet je zeker dat het echt is en dat ik hier bij je ben.
- Het kan zijn dat je je moeilijk kunt concentreren of focussen. Dat komt voor, maar je hoofd wordt weer helderder.
- We denken allemaal aan je, zelfs als we thuis zijn of als je slaapt en droomt.
- Het is vandaag (noem de dag van de week) en het is ongeveer (noem de tijd van de dag). Je ligt op de Intensive Care van het Radboudumc. Je bent hier omdat (noem de reden). Ik ben hier bij jou.
-
Soms wil uw familielid u misschien niet zien, of voelt zich niet goed genoeg om bezoek te ontvangen. Als uw familielid een delier heeft, kan deze u soms beledigen. Neem op zulke momenten de tijd en probeer te begrijpen wat uw familielid zorgen geeft. Mensen met een delier voelen zich vaak bedreigd of ongemakkelijk en leven in hun eigen wereld.
Houd in de gaten of uw aanwezigheid, aanraking of woorden uw familielid kunnen kalmeren. Uw familielid kan ook geïrriteerd zijn omdat deze u iets wil vertellen. Als het niet mogelijk is om uw familielid te kalmeren en u uw grenzen bereikt, kunt u een korte pauze nemen en de afdeling verlaten. Het kan dan soms het beste zijn om afscheid te nemen en de volgende dag terug te komen.
U kunt ook met het behandelteam afspreken dat u na het bezoek belt om te vragen hoe het met uw familielid gaat en of hij of zij gekalmeerd is.
-
Het begeleiden van iemand die een delier heeft, is een zeer intensieve taak die veel van u kan vragen. Het kan nuttig voor u zijn om ook voor uzelf te zorgen door:
- Met een persoon die u vertrouwt en/of het behandelteam op de Intensive Care te praten over wat u bezighoudt. Schaamtegevoelens over het gedrag van uw familielid zijn ook normaal en kunt u aangeven.
- Bij een bezoek aan de Intensive Care een pauze tussendoor te nemen om bijvoorbeeld de afdeling te verlaten en een wandeling te maken.
- Om de beurt op bezoek te gaan als u met meerdere naaste familieleden bent.
- Het bijhouden van een dagboek waarin gedachten en gevoelens worden opgeschreven.
- Voor uzelf te zorgen. Kom op bezoek nadat u op z’n minst wat slaap, rust, eten en drinken heeft gehad en u zich ‘fris’ voelt.
- Na te denken over gezonde manieren om uzelf te kalmeren en geen steun te zoeken in medicijnen of alcohol.
- Aanbiedingen van hulp en steun van vrienden en familieleden te accepteren.