Nieuws Afscheid als hoogleraar Zorg en Samenleving Jan Kremer

24 april 2026

Op 24 april neemt prof. dr. Jan Kremer afscheid van het Radboudumc. Als gynaecoloog was hij jarenlang hoofd van het Nijmeegse IVF-centrum. Later werd hij adviseur in de breedte van de zorg, en sinds 2021 is hij speciaal gezant passende zorg vanuit het ministerie van VWS. Een gesprek met Jan Kremer over pionieren in het verleden, en zijn visie op de zorg. ‘Ik noem patiënten liever “mensen”.’

Jan, een afscheid na decennia Radboudumc. Hoe zit je in dit interview?

‘Ik kijk terug op een mooie tijd. Al bijna 50 jaar ben ik verbonden aan dit huis: van student, student-assistent en promovendus naar hoogleraar. Ik ben vooral dankbaar dat het Radboudumc zo lang mijn thuishonk is geweest, en dat ik zoveel heb kunnen doen op het snijvlak van zorg en samenleving.’

Je hebt de afgelopen decennia op dat vlak veel gepionierd in ons umc. Welk inzicht is voor jou belangrijk geweest?

‘Ik verbaasde me eigenlijk altijd al hoe wij gezondheidszorg inrichtten vanuit ons zorgantwoord. Daarmee bedoel ik: als je als gynaecoloog een patiënt zag, dacht je meteen: past daar een ivf-behandeling bij? Je objectiveerde de mens als het ware.

Toen ik in 2000 een project deed over hoe wij de zorg hadden georganiseerd, wilde ik dat doen door de ogen van zorgprofessionals uit ons regionale netwerk. Mijn begeleider zei me toen: “Wat saai dat je dat doet vanuit het perspectief van zorgverleners, doe dat eens uit het perspectief van patiënten.” Dat zetje had ik nodig. De uitgenodigde patiënten vertelden die avond allemaal uitermate verstandige dingen, over sociale vaardigheden, kwaliteit, maar ook over de volstrekt onduidelijke inrichting van onze zorg. Ze hadden geen idee welke loketjes er bijvoorbeeld waren. Daaronder sluimerde: “Laat ons jullie helpen: jullie zorgverleners zijn experts van de ziekte, maar wij, patiënten, zijn experts in het hébben van die ziekte.”

Die avond was voor mij een kantelpunt. Ik kwam thuis, en dacht: vanaf nu is mijn leven veranderd. Als zorgverleners moeten we beginnen bij het leven van de mensen zelf: wat hebben ze nodig, hoe staan ze erin, wat vinden ze belangrijk.’

Hoe heb je dat inzicht gebruikt als hoofd van het IVF‑centrum?

‘Ik leidde dat centrum vanaf 1995, en was er toen al van overtuigd dat we patiënten – ik noem ze ook liever geen patiënten, maar mensen – als gelijkwaardige partners moeten zien. En willen we inderdaad samen beslissen, dan moeten we dezelfde informatie hebben.

In 2001 waren er nog geen sociale media, en internetbankieren bestond nog maar net. Dat delen van gegevens moest ook met medische informatie kunnen, dacht ik. Samen met oud-hoofd ICT Jan Driessen zijn we toen een avontuur gestart om patiënten online inzage te geven in hun eigen dossier. Dat leidde tot de digitale IVF‑poli – achteraf bleek: als eerste ter wereld. Hier konden patiënten realtime uitslagen inzien. Echtparen hoefden meer niet te wachten op het telefoontje van de arts, maar konden bij wijze van spreken hand-in-hand inloggen, en zelf zien of de bevruchting was gelukt. Voor hen een wereld van verschil.

Ook hadden we een Facebook avant-la-lettre bedacht: een community waarbij patiënten aan elkaar vragen konden stellen en beantwoorden, een forum. Dat werd een succes! Uiteindelijk is daar mijnRadboud uit voortgekomen.

Later gingen we ook richtlijnen opstellen met hulp van de patiëntenorganisatie, hebben we de kwaliteit van zorg in kaart gebracht door de ogen van de patiënt, hebben we een wiki met informatiemateriaal ontwikkeld, et cetera. Gelijkwaardigheid stond bij ons centraal, en dat was zeker in die tijd een revolutie.’

Je had een aanjagende rol voor passende zorg, zowel hier als landelijk. Hoe groeide dat?

‘In 2011 ben ik meer in breedte van de zorg gaan werken. Zo startte ik onder meer een adviespraktijk met oud-minister Ab Klink en werd ik voorzitter van de Kwaliteitsraad van Zorginstituut Nederland. Daar leerde ik hoe nauw zorg en samenleving verbonden zijn. Maar ik zag ook vaak een negatieve benadering van “moeten bezuinigingen”. En dat de uitdagingen in de zorg top down werden aangestuurd. Maar die top down-benadering vind ik onmenselijk. Want als je beslissingen neemt over groepen mensen, dan worden mensen de gemiddelden van een groep, en hou je geen rekening met iemands persoonlijke context. Eenzelfde behandeling kan bij een levenslustige man van 80 heel anders uitpakken dan bij een minder fitte 70-jarige.

Dat is mijn drive geweest om passende zorg in te zetten. Want passende zorg is niet vertrekken vanuit het zorgantwoord van de professional of beleidsmaker, maar vanuit het leven van mensen. En dat leidt niet alleen tot betere zorg voor de patiënt, maar ook voor minder beroep op schaarse middelen en personeel.

Een voorbeeld? Een oncoloog uit Groningen verving haar normale intake door een kennismakingsgesprek, en vroeg: “Wie bent u, wat vindt u belangrijk, en hoe kan ik daaraan bijdragen?” Het aantal operaties daalde hierna met meer dan 25%. Niet omdat er minder werd aangeboden, maar omdat mensen andere keuzes maakten toen ze ruimte kregen om hun verhaal te vertellen. Ze voelden zich beter gehoord, en de behandelingen die werden uitgevoerd, voegden echt waarde toe.’

Hoe kreeg dit vorm in het Radboudumc?

‘Als adviseur van de Raad van Bestuur heb ik een aanjagende rol gehad in het sluiten van een alliantie met onze grootste verzekeraar. In 2015 hadden we – toen nog met bestuursvoorzitter Leon van Halder – een afspraak met een verzekeraar om de financiële productieprikkels te verminderen, en verbeterinitiatieven te stimuleren. Dat is het begin geweest van Betaalbaar Beter, dat ik samen met o.a. Gerda Dokter heb ontwikkeld. Waarbij de naam misschien niet de lading dekte – omdat het uitgangspunt niet financieel is, maar juist betere zorg voor mensen. Maar dit was het begin van onze passende zorg. Onze collega’s kregen de ruimte om initiatieven te ontwikkelen die waarde toevoegden.’

Dat is inmiddels uitgegroeid tot een hele beweging.

‘Ja, er zijn ruim honderd initiatieven. Hiermee werden we niet alleen doelmatiger, ook de kwaliteit bleef goed. Zoals met TAVI: een Samen Beslissen-traject waarbij een geriater meedacht met de oudere patiënt om te kijken of deze zware ingreep wel passend was: het aantal behandelingen daalde toen met een kwart. Of recenter: de dosis medicatie Eculizumab terugbrengen. Of het terugdringen van het aantal controles na darmkankerbehandeling die eigenlijk weinig effect hadden. Dit laatste zorgde voor minder belasting en uitslagstress voor patiënten, minder onnodige onderzoeken én er kwam capaciteit vrij voor mensen die onze zorg echt nodig hebben.’

Je neemt nu afscheid van ons, maar je blijft landelijk speciaal gezant passende zorg. Hoe ga je dat invullen?

‘Ik blijf passende zorg landelijk aanjagen. We moeten namelijk inspelen op de veranderende zorgvraag van de toekomst: de samenleving verandert, er moet wat gebeuren. Ik ben ervan overtuigd dat passende zorg het belangrijkste fundament hiervoor is. En we moeten de zorg menselijker maken. Leidraad voor mij is de doordenk-uitspraak van Nobelprijswinnaar Ernie Rutherford: “Als je de kosten omlaag probeert te krijgen, gaat de kwaliteit omlaag. Maar als je de kwaliteit gaat stimuleren, gaan de kosten omlaag.” Dat is de crux.

Daarnaast verbind ik in Den Haag praktijk en beleid aan elkaar, en geef ik advies over beleid en bestuur. Bijvoorbeeld het advies “Van Marktmeester naar Transitiemeester”, waar ik de overheid oproep transitiedoelen op te stellen, en ruimte en ondersteuning te bieden aan voorlopers in de transitie. Zoals onze mensen uit het Betaalbaar Beter-programma.’

Wat ga je missen aan het Radboudumc?

‘Ik zal de cultuur van persoonsgerichte zorg missen, de maatschappelijke betrokkenheid – die hier echt groot is – en onze eigenwijze bevlogenheid.

Het mooie is dat we hier al andere gesprekken voeren over onze rol. Over dat we moeten veranderen, over duurzaamheid, over de maatschappelijke opgave. Ik zie dat we een organisatie op missie zijn. Dat, gecombineerd met die sterk gemotiveerde zorgverleners en een sterke innovatiekracht: dat stemt me hoopvol.’

Op vrijdag 24 april houdt Jan Kremer zijn afscheidsrede als hoogleraar Zorg en Samenleving in het Radboudumc, met als titel 'Passende zorg als medicijn'. Het Ministerie van VWS organiseert ter gelegenheid hiervan het Passende Zorg Symposium, met sprekers o.a. Bas Bloem, René ten BosJet Bussemaker

Meer nieuws